Externe Competitie

 Onderstaande links brengen u naar de website van de KNSB/NHSB welke een uitgebreid overzicht geeft van de klasse waar de geselecteerde Uilen in spelen.


De Uil 1 stelt opnieuw teleur

De thuiswedstrijd tegen Hoofddorp 1 zou moeten uitwijzen of ons eerste dit jaar mee ging spelen om promotie in klasse 1B van de NHSB. Na al 3 verliespunten uit de eerste 3 wedstrijden, moest er gewonnen worden om zicht te houden op het kampioenschap. En dat ging niet makkelijk worden, aangezien Hoofddorp beschikt over 2 hele goede spelers op de topborden. Maar zou Hoofddorp in de sterkste opstelling komen opdagen? Het antwoord daarop was ja. Het Hoofddorpse team bestond uit de ons goed bekende Willem Hensbergen en 5 jongvolwassenen.

De teamleider had de spelers weer lekker door elkaar gehusseld en de spelers het volgende meegegeven: “Teamtactiek is dus bovenste 2 borden goed schaken en iets proberen te halen, onderste 4 borden graag geen snelle remise. Je hoeft ook niks geks te doen of te forceren, gewoon lekker schaken. Alleen met in het achterhoofd dat waarschijnlijk van deze borden de punten vandaan komen. En wetende dat je iets sterker bent dan de tegenstander.”
Simpel en hopelijk effectief.

Theo was 1 van de gelukkige spelers die goed mocht proberen te schaken, want hij zat aan het 2e bord. Het goed schaken lukte helaas niet: al na 11 zetten gingen de stukken terug in de doos. Theo sloeg met zijn paard een pion op c5 met als gevolg Da5+ en paardje weg. Theo gaf op. Straftraining en een cursus luisteren naar de teamleider voor Theo, een punt voor de tegenstander.

Rudolf (bord 4) trok de stand weer gelijk. Hij koos een lange theorievariant tegen de Caro-Kann van zijn tegenstander. Daarin kreeg zwart een geïsoleerde d-pion en een open koning. De zwarte koning stond echter op de c-lijn in plaats van op de gebruikelijke e- of f-lijn. Daar maakte Rudolf handig gebruik van. Met de overgebleven loper en beide torens ging hij op jacht. Uiteindelijk won hij de d-pion, waarna de tegenstander op gaf. Goede partij.

Guus (bord 5) kwam goed uit de opening en opende de aanval op de witte koning. Deze stond net als de niet ontwikkelde witte stukken op de damesvleugel nog in het midden terwijl zwart met pionnen en stukken ten aanval trok. Mooie krachtige aanval en een verdiend punt. Voorsprong voor de Uil 1: 2 – 1.

Jan H. speelde door het gehussel in de opstelling op het onderste bord. Hij bouwde een goede tot winnende stelling op. De tegenstander probeerde met de dame en een loper wat op de koningsvleugel. Maar dat leek te pareren. Jan sloeg met zijn dame op b7. Niet alleen pionwinst maar het was tegelijkertijd een dubbele aanval op Ta8 en Lc7. Helaas had de tegenstander de stelling goed ingeschat en kon hij middels stukverlies genoeg tijd winnen om met zijn dame de witte koning last te vallen. Gevolg: eeuwig schaak en dus remise. Voelde als een verloren halfje, gezien de eerdere stelling.

Peter P. (bord 3) speelde een vroeg f5. Zijn tegenstander speelde de opening goed en wist de juiste stukken af te ruilen. Er ontstond een stelling waarin wit iets beter stond, vooral omdat de witte velden van Peter zwak werden/bleven. Het is nog niet Peter zijn seizoen, want hij blunderde en moest opgeven. De 2e domper in korte tijd en daarmee kwam de tussenstand op 2½ – 2½.

Mijn partij besliste dus de wedstrijd. En ik had naar mezelf geluisterd en speelde goed schaak. Tot nu had ik mijn hoger ingeschatte tegenstand goed tegenspel geboden en de staat het ongeveer gelijk. In de stelling links heeft wit net Thg4 gespeeld. Ik speelde Kd6 om met de koning kansen op de damesvleugel te zoeken. Beter was Txh5 geweest en dan met de toren naar de onderste rij. Nu kwamen we in de stelling rechts terecht, waarbij ik wel de vrije a-pion krijg, maar mijn tegenstander 3 vrijpionnen op de koningsvleugel. Dat was uiteindelijk genoeg, want wit gaf zijn toren voor mijn a-pion en de pionnen wonnen het van mijn toren. Jammer maar helaas. 

En daarmee verloren we de wedstrijd met de kleinst mogelijke marge. Zoals zo vaak had er meer ingezeten. Met 3 MP uit 4 partijen neemt de eerste team even afstand van de bovenste plaatsen en zal het naar beneden moeten kijken en zorgen dat we daar afstand genereren. 

Stefan Lehmann


Knokkend tot het eind

De gouden beker, de heilige graal van de NHSB. Ook dit seizoen wordt er weer om gestreden. In de eerste ronde werden we ingedeeld tegen HWP Haarlem. Op papier een sterkere tegenstander. Maar in het Duits zeggen we „Der Pokal hat seine eigenen Gesetze“, oftewel in een bekerwedstrijd is alles mogelijk.
Ons bekerteam bestond uit Stefan L., Peter P., Jan V. en Rudolf. Niet geheel toevallig opgenoemd in de volgorde van de borden.

Ik kwam uitstekend uit de opening tegen Max Merbis. Met de zwarte stukken wist ik het initiatief te pakken en een sterke aanval op te zetten. De cruciale stelling is te zien in het fragment. De zwarte dame staat aangevallen (moet je blijkbaar soms op letten). Ik speelde uiteindelijk e6-e5, vooral met de reden dat mijn loper dan sneller bij de aanval betrokken kon worden. De stellingswaardering is -3. Er volgde Txd5 en ik speelde Tdf8 (?!) met het idee dat ik stukken op het bord wilde houden. Maar hier houdt juist Lf5 het voordeel langdurig vast.
Na mijn gespeelde zet volgde Txd7 (!) Kxd7, Dd1+ Kc8. En het eindspel na Dxf3 Dxf3, Lxf3 Txf3, Ke2 is wellicht al iets beter voor wit aangezien wit waarschijnlijk nog een pion (e5 of g7) wint en wit heeft dan 2 pionnen en een loper voor de toren. Niet veel later werd het remise. In de analyse leek ik langer kansen op meer te behouden als ik in de cruciale stelling Df7 speel. De loper heeft langer nodig om in het spel te komen, maar het centrum blijft gesloten. Of dus Lf5 ipv mijn gespeelde Tdf8. Goede partij, maar helaas ook gemiste kans(en) op meer.

Jan V. speelde een solide partij. Wit kon zijn openingsvoordeel omzetten in druk op de damesvleugel, maar Jan verdedigde zich goed. Uiteindelijk kwam er een eindspel met dame en toren en wat pionnen op het bord. Beide spelers konden geen vorderingen maken en er werd terecht berust in remise. So far so good; beide zwartspelers remise. Dus nu was het aan de witspelers.

Rudolf leek op het eerste gezicht moeilijker uit de opening te komen. Zijn tegenstander stoomde met de h-pion naar voren (h5, h4). Maar Rudolf wist dit uitstekend te counteren en leek het initiatief over te nemen. En dan kan zo een ver opgerukte pion ook tot zwakte worden. De partij kantelde opnieuw nadat Rudolf de damesruil toe liet. Plots kreeg de tegenstander 2 ver opgerukte pionnen op de c- en d-lijn. Toen de zwarte koning deze ook nog kon ondersteunen, leek het pleit beslecht. Al probeerde Rudolf nog van alles. Uiteindelijk mocht het niks baten en moest Rudolf de hatelijke nul incasseren.

Gelukkig wordt er bij een gelijke stand van 4 wedstrijden het resultaat van onderste bord weggestreept. Dus als Peter zou winnen, wonnen wij wedstrijd. Bij Peter was de vluggerfase inmiddels aangebroken. Met op het bord een onduidelijke maar ongeveer gelijke stelling. Peter probeerde de damesvleugel open te breken. Dit leverde zwart een vrije a-pion op. Maar die pion kan later ook makkelijk tot zwakte worden. Twintig zetten later stond deze helaas nog steeds op het bord en leek gevaarlijker dan ooit. Uiteindelijk verloor Peter 1 a 2 pionnen op de koningsvleugel en in al verloren stelling en vol stuk.

Jammer maar helaas. We hebben geknokt tot het eind. Een goede wedstrijd van het gouden beker team eindigde rond middernacht in een 3 – 1 nederlaag en dus uitschakeling. Dan maar volgend seizoen de beker winnen…

Stefan Lehmann


De Uil 1 pakt punten in Nieuw-Vennep

De dag voor Sint Maarten - maandag 10 november – reden de spelers van de Uil 1 vol goede moed naar Nieuw-Vennep. De clubkampioen (Guus) had afgezegd, maar met de koploper van de interne (Jan V.) hadden we een goede vervanger. Een goed resultaat stond dus niks in de weg, zeker omdat we op alle borden behalve het eerste bord een ratingsoverwicht hadden. En toen begon de wedstrijd.

Jan H. (bord 4) moest zich verdedigen op de koningsvleugel en voor die ongemakken mocht hij een pionnetje snoepen op b2. Ongelijke lopers zijn vaak in het voordeel van de aanvallende partij, zo ook in deze partij waar wit aanviel over de zwarte velden. De witte aanval leek dreigend, maar verdedigbaar. Maar plots was Jan klaar. Ik dacht eerst puntendeling door bijvoorbeeld eeuwigschaak, maar Jan had opgegeven. 1 – 0 achter. Het voorteken dat het een moeilijke avond zou worden.

Gelukkig werd de tussenstand snel weer in evenwicht gebracht doordat ikzelf – spelend op bord 6 – won. Mijn tegenstander liet de ontwikkeling van zijn koningsvleugel achterwege en ging in plaats daarvan met zijn pionnen op damevleugel oprukken. Dit leverde weinig op en kostte wit na 17 zetten zelfs een pion. Wit had door de activiteit van de stukken compensatie, maar 1 onnauwkeurig zetje en ik kon mijn stukken volop ontwikkelen. Een goed getimed pionnenoffer zorgde ervoor dat ik 2 stukken tegen een toren kreeg. Dus 1 voordeel ingeruild voor een ander voordeel. Niet veel later en de tegenstander gaf op omdat hij mat gezet dreigde te worden. De Vennep 1 – De Uil 1: 1 – 1.

Peter P. (bord 3) ontwikkelde zijn dame (te) vroeg. Zijn tegenstander speelde de opening goed en wist stukken af te ruilen. Peter offerde een pion en toen een 2e. Compensatie: zwart moest nog de loper op f8 ontwikkelen om überhaupt te kunnen rokeren. Leek niet genoeg, maar met Peter weet je het nooit. Toen de tegenstander e5 speelde, offerde Peter ook nog zijn loper omdat hij een winnende variant had gespot. Helaas waren er ook nog 2 varianten die niet wonnen of beter gezegd niet wonnen voor wit. Peter probeerde van alles, hij offerde een toren om de koning naar voren (naar f6) te lokken, hopend op eeuwigschaak. De witte dame gaf wat schaakjes, 1 van die schaakjes werd geblokt door de witte dame. De zwarte koning stond op f5, de zwarte dame op f4 en de witte op f3. Peter speelde g4! Om dan na Kg5 met h4 de dame te winnen. Even leek het alsof wit terug in de partij zou komen. Maar zwart kon na het dameverlies ook de 2e witte toren slaan. Dus nog steeds groot materieel voordeel van 2 torens, loper en 1 a 2 pionnen tegen de eenzame witte dame. Peter moest zich uiteindelijk gewonnen geven. De Vennep kwam op een 2 – 1 voorsprong.

Theo speelde op het 5e bord een goede opening. Hij had druk op de semi-open f-lijn en bovenal leek zijn tegenstander geen tegenspel te hebben. In het middenspel won Theo een pion, maar daardoor werden de zwarte dame en paard actief. Uiteindelijk kostte dit Theo een kwaliteit. Gelukkig had hij genoeg vrijpionnen op de damesvleugel, waardoor de tegenstander genoegen nam met remise.

Net als in de 2e ronde stonden we met nog 2 borden stonden een vol punt achter. Jan V. mocht het opnemen tegen de sterkste speler van De Vennep. Alle stukken bleven lang op het bord. Manoeuvreren, manoeuvreren, en nog maar eens manoeuvreren. Helaas kwamen de zwarte stukken iets beter te staan en dan met name de paarden op d4 dan e5. Jan moest iets verzinnen anders zou de pion op d3 ooit verloren gaan. Hij speelde f5 in de hoop een aanval op koningsvleugel op te zetten. Het sloeg niet door en zwart kwam gewonnen te staan met 2 verbonden vrijpionnen op de damesvleugel. Maar Jan is taai en verdedigde zich goed. En dan is er nog zoiets als tijdnood, waar beide spelers last van kregen. Jan won een van de pionnen en kon toen zijn a-pion ruilen voor de andere gevaarlijke pion. Er ontstond een toreneindspel met een pluspion in ons nadeel. Theoretisch remise en gelukkig nam de tegenstander het remiseaanbod aan. Tussenstand: 3 – 2 achter.

Rudolf mocht/moest dus winnen. Gelukkig stond hij al geruime tijd een stuk voor. Toen hij ook nog eens de gevaarlijkste pion kon slaan, leek er geen vuiltje aan de lucht. Maar toen kwam Tfxf2. Leek goed, alleen had de tegenstander het paard op b5 slaan (Txb5). Nu stond de toren op f2 aangevallen door de witte koning en de toren op b2 door de toren op b5. Dus weg stuk en Rudolf mocht opnieuw beginnen. Gelukkig had hij nog een vrije e-pion. Die gaf uiteindelijk de doorslag. Deze kwam op e2 en zou veel materiaal kosten. De tegenstander gaf op en we kwamen goed weg. Eindstand: 3-3, De Uil 1 pakt één punten in Nieuw-Vennep.

Gelukkig hebben alle teams in de klasse 1B al minimum 2 matchpunten verloren. Het wordt een spannend seizoen, waarin ondanks dit puntverlies alles mogelijk blijft. 

Stefan Lehmann


De Uil 4 heeft (ook) de eerste punten binnen

Nadat het 4e team in hun competitie eerst een team van Hoofddorp in Hoofddorp tegenkwam, vanwaar zij met minimaal (maximaal?) verlies moesten terugkeren kwam 3 november het 2e team van Westeinder naar Hillegom. Beide teams waren op papier (gemiddelde rating van 1645 vs 1631) en op de borden aan elkaar gewaagd. Piet won als eerste. Jan P. en Aad wisten ook het volle punt te scoren. Pim wist een waardevol halfje voor het team te behalen, waardoor de score voldoende werd en André en Gerard zich hun nederlaag gelukkig konden permitteren. De eerste matchpunten voor de Uil 4 zijn binnen. 

Stefan Lehmann/Aad Vledder


De Uil 1 heeft de eerste punten binnen

Dit seizoen speelt ons eerste in Klasse 1B van de NHSB. De start van het seizoen was een kleine domper want de eerste wedstrijd uit tegen Wijker Toren 2 werd met de kleinst mogelijke cijfers verloren.

Maandag 13 oktober stond de eerste thuiswedstrijd op het programma met als tegenstander het eerste team van Vredenburg. Op papier waren we favoriet, op de borden zag het er lange tijd moeilijk uit.

Peter P. speelde op bord 1 met zwart. Zijn tegenstander leek druk op de e-lijn te hebben en Peter moest heel wat zetten oppassen dat het witte offer Lxe6 geen doorslaan succes zou worden.

Jan H. – spelend op bord 2 – kwam moeilijk uit de opening. De tegenstander had een paard op d3 kunnen planten, dit leek mij vervelend voor Jan. Maar dat gebeurde niet en Jan kon de f-lijn openen en zijn torens verdubbelen. Dit optische voordeel leverde echter niks op en even leek het alsof zwart er met de buit vandoor zou gaan. Na wat ruilen bleef er een eindspel met de zware stukken over. Er zouden over en weer pionnen worden geruild en dus werd er besloten om de punten te delen.

Theo speelde op het 4e bord op het eerste gezicht een goede opening. Maar hij overzag dat de tegenstander op c3 kon slaan, of beter dat hij dan door een penning niet terug mocht slaan. Weg stelling, want de tegenstander wist tevens de witte koning op te openen de h-lijn lastig te vallen. Met wat kunst- en vliegwerk wist Theo de stelling half te redden. Weliswaar ten koste van een pion, maar dat viel bijna niet op doordat de witte koning voor pionnetje speelde op g3. Maar helaas, de tegenstander kon lang rokeren en de witte koning bleef een aanvalsdoel. En het pionnetje zag Theo – behalve naast het bord – nooit terug. Eindresultaat: een nederlaag en dus een tegenvaller voor het team.

Ikzelf speelde een goede partij op het onderste bord. Geen dame weggegeven, dus de eerste meevaller was binnen. Tel daarbovenop een stelling waarbij alle stukken op de zwarte koning gericht waren en het leek een kwestie van tijd voordat het punt geteld kon worden. Maar de tegenstandster verdedigde goed en wist altijd net het offer op a5 te ontkrachten. Waarschijnlijk had ik met mijn dame naar c6 kunnen gekund om nog meer druk op te bouwen maar ik dacht nonchalant dat ik alle tijd van de wereld had. Schijn, want na een zwart Dc7 was de kans vervlogen en de computer geeft me nooit groot voordeel. In het vervolg kon juist zwart de stukken activeren en kwam beter te staan. Gelukkig was de tegenstandster content met remise. Kwam ik goed weg.

Met nog 2 borden stonden we 1 punt achter. Aangezien Rudolf (bord 5) mijns inziens slechter stond en Guus (bord 3) lange tijd gedrukt stond had ik geen grote hoop meer op een goed einde. Maar Rudolf wint wel eens vaker onverwachts. Dit keer wist hij zijn tegenstander tot een dubieus offer te verleiden. Plots had Rudolf 2 lichte stukken en een toren tegen 2 torens. Behendig wist hij de stukken te activeren en een matnet om de witte koning op te bouwen. Erg mooi gedaan en een welkom punt.

Guus stond op dat moment al iets beter. De tegenstander had veel ruimte gepakt door de pionnen op de koningsvleugel naar voren te bewegen. Maar dat gaat altijd ten kostte van de velden achter de pionnen. Guus kon plots op de zwarte velden binnendringen en won de witte h-pion. Maar was dit genoeg? Guus dacht van wel, maar gelukkig hoefde hij het niet lang uit te spelen. De tegenstander zag een schaak op h2 over het hoofd en aangezien de witte dame op b2 ongedekt verloren ging, was de partij afgelopen. Mooi geduldig gespeeld.

En daarmee eindigde de wedstrijd toch nog in ons voordeel. Vredenburg werd de kleinst mogelijke nederlaag huiswaarts gestuurd. De Uil 1 – Vredenburg 1: 3½ – 2½

Stefan Lehmann