Externe Competitie

 Onderstaande links brengen u naar de website van de KNSB/NHSB welke een uitgebreid overzicht geeft van de klasse waar de geselecteerde Uilen in spelen.


De Uil 1 speelt zich veilig

Ons vlaggenschip speelde de voorlaatste wedstrijd van de externe op 16 maart jongstleden tegen het eerste van Het Spaarne. Tot nu toe hadden we 5 MP bij elkaar gesprokkeld en stonden weliswaar op plek 4 van de ranglijst maar het verschil met de nummer 7 en dus degradatie was maar 1 MP. Er was dus nog een goed resultaat nodig om ons veilig te spelen.

Het team was bijna compleet, alleen Guus moest vanwege het speelschema in de kampioensgroep vervangen worden. Gelukkig hadden we met Andries een goede invaller kunnen ronselen. De wedstrijd van laatstgenoemde was als eerste afgelopen. Andries speelde op bord 5 en kon geweldige druk op het paard op c3 uitoefenen. De tegenstander moest alle zeilen bijzetten om c3 te verdedigen. Dat lukte nog net, maar Andries verplaatste de druk gedeeltelijk op de d4 pion en kon deze winnen. Niet veel later ging ook de pion op f2 verloren en gaf de tegenstander gedesillusioneerd op.

Mooie partij, mooie overwinning en dus een voorsprong voor De Uil.

Jan H. speelde deze keer op het onderste bord en trof daar een oude bekende in Frans Arp. Jan met wit ruilde bezorgde zwart een dubbel pion op de c-lijn en ging toen met zijn paarden springen. De zwarte lopers stonden passief en moesten afwachten waar de witte paarden verschenen. Op een gegeven moment werd de witte druk te groot en won Jan een stuk. Niet veel later eindigde de partij door een mooie combinatie, zie stelling (waar de meeste pionnen zijn weggelaten). Met Pe8 kon Jan zijn stuk behouden. Zwart gaf op en daarmee werd de voorsprong verdubbeld.

Rudolf mocht dit keer op het hoogste bord plaatsnemen. Even leek hij het moeilijk te krijgen in het middenspel, maar hij behandelde de stelling uiterst secuur. De witte activiteit werd vakkundig geneutraliseerd en toen won Rudolf een pion. Echter ontstonden er bij deze afwikkeling ook een eindspel met ongelijke lopers. Niet te winnen, maar een plusremise en zo kwam de tussenstand op 2½ – ½.

Niet veel later was ook ik klaar. Spelend op bord 2 en dus met de witte stukken wist ik een klein beetje druk op te bouwen. Maar een echt plusje werd het nooit. En toen gebeurde er toch nog wat op het bord, zie 1e fragment. Ik heb net Ta4-e4 (?) gespeeld: een blunder. Gelukkig had mijn tegenstander het ook niet door en speelde Df6. Maar in de stelling had zwart kunnen winnen met Pxc3 met dubbele aanval op de toren en de dame. Na bxc3 en Lxe4 wint wit na Lxe4 niet 2 stukken voor 1 toren en 1 pion, want wit mag niet op e4 terugslaan omdat de dame ongedekt staat. Hier kwam ik dus heel goed weg. Later in de partij won zwart het loperpaar en moet ik vechten voor remise, want het loperpaar is sterk. Tevens is zwart met de dame de witte stelling binnengedrongen, zie 2e fragment.

Hier vond ik met Lc4 tegenspel op f7 en daarmee druk op de zwarte koning. Mijn tegenstander nam remise via Dxb2 Kf1 en Dc1.

Tussenstand De Uil – Spaarne: 3 – 1 en daarmee was er al minimaal 1 matchpunt binnen.

Theo (bord 3) kwam moeilijk uit de opening en voelde zich genoodzaakt om g5 te spelen en toch zelf kort te rokeren. Zijn tegenstander deed het behendig en lokte de pionnen nog verder naar voren (g4 en h5). Maar de zwarte f-pion stond nog op f7 en dus kwamen er gaten achter de ver opgerukte pionnen. Toch wit tot Df5 zou komen, vond Theo het welletjes. De stukken gingen weer de doos in en de achterstand werd verkleind tot 3 – 2.

Peter (bord 4) stond op dat moment gelukkig op winst. Hij had een stuk gewonnen en er leek niks een witte winst in de weg te staan. Zwart gooide nog zijn vrije b-pion naar voren, maar die kon Peter in bedwang houden. In plaats van Ld4 te spelen om zodoende de lopers te ruilen besloot Peter tot Txb2 Lxb2 en Kxb2. Dus toren gegeven voor loper + gevaarlijke pion. Nu had Peter nog 2 lichte stukken en een sterke c-pion tegen een zwarte toren. Nog steeds totaal gewonnen, maar de avond duurde te lang voor Peter. Eerst verloor hij zijn c-pion, maar gelukkig werden alle zwarte pionnen op de koningsvleugel geslagen. Verlies – behalve op tijd – leek daarmee uitgesloten. Peter probeerde nog zijn g-pion te promoveren, maar vergaloppeerde zich en verloor zijn paard. Nu was het toren versus pion en loper. Gelukkig genoeg voor remise.

En daarmee kwam de eindstand op 3½ – 2½ en konden we 2 matchpunten aan ons totaal toevoegen. Het eerste staat nu zelfs op bordpunten op de 2e plek. Het kampioenschap gaat – en daarmee ook de felicitaties – aan Wijker Toren 2 die niet meer in te halen zijn.

Stefan Lehmann

 

Zilveren Beker - kwartfinale: zwart slaat de klok

Op maandag 9 maart speelde het zilveren bekerteam thuis tegen het team van de Waagtoren. De inzet was een plaats in de halve finale.Op papier waren wij – spelend met Stefan L., Peter P., Dick en Andries – favoriet. Weliswaar waren de teams even sterk op 1 okt met gemiddeld 1898 vs 1897, maar een half jaar later was het gemiddeld 1952 tegen 1922. Beide teams hebben dus goed getraind in de winter. Maar favoriet zijn en winnen is natuurlijk niet vanzelfsprekend. Zeker niet bij een wedstrijd met maar 4 partijen, want elke winst of nederlaag telt dan extra zwaar. Op de oneven borden hadden wij als thuisspelend team zwart, op de even borden kreeg de tegenstander dat ‘voordeel’.

Als eerste was de wedstrijd op bord 4 van Andries afgelopen. Andries had een remiseachtig eindspel met dame plus toren en een paar pionnen op het bord. Hij zocht de activiteit door met Td1-d7 de stukken op de 7e rij te zetten. Helaas overzag hij dat de tegenstander nu geforceerd mat kon zetten beginnend met Ta1+. Na Kh2 Df4+, g3 Dxf2+, Kh3 Th1+, Kg4 Df5# was het plots afgelopen: 0 – 1.

Gelukkig werd het niet heel veel later weer 1 – 1. Ik speelde op bord 1 en tot en met zet 33 bleef de partij in evenwicht. De partij kantelde toen ik e5-e4 kon spelen (eerste fragment). Nu komt mijn paard naar e5 en niet veel later won ik eerst de c4 en daarna een kwaliteit. Het partijverloop: e4+ (!), Ke2 Pe5, g5 f5, Tg1 Kg6, Th3 Pxc4, Lf4 Tcd8, Td1 Pb2, Td2 Pd3, Lc7 Txd5, Lxb6 Pf4+ (2e fragment) en mijn tegenstander gaf op.

Peter P. leek op bord 2 een goede partij te spelen. Hij zette een aanval op, maar die wist de tegenstander te pareren. Ook hier een eindspel met dame en toren(s) en wat pionnen. Echter had zwart een vrije a-pion en Peter een pluspion op de koningsvleugel en die pluspion was moeilijker in gang te zetten. Maar nog steeds leek het alsof Peter genoeg tegenspel had om er minimaal een halfje uit te slepen. Hoe het precies misging heb ik helaas gemist. Gezegd moet worden dat op dat moment Dick niet bijster goed stond. Dus wellicht nam wit te veel risico, maar voor hetzelfde geld was er niks meer aan de zwarte winst te doen. Dat zal de geïnteresseerde lezer aan Peter moeten vragen. Het verandert sowieso niks aan het resultaat: de 3e overwinning voor de speler met de zwarte stukken en een 1 – 2 achterstand voor De Uil.

Dick moest dus winnen om de stand gelijk te trekken en als kers op de taart zouden we dan door zijn naar de halve finale. Want bij 2 – 2 valt eerst het onderste bord af. Maar kon Dick wel winnen? Eigenlijk niet: in het eindspel met torens en 2 lichte stukken had de tegenstander het loperpaar en de actievere toren. Het zag er slecht uit. In de wetenschap dat remise niet genoeg was, speelde Dick plots de sterren van de hemel. Hij activeerde zijn stukken, won een pion, wist 1 stuk te ruilen en toen het 2e. De tegenstander sloeg met zijn toren een pion op b7. Maar Dick had gezien dat hij met Tb5+ (en gedwongen torenruil) een winnend pionneneindspel overhield. En dus wist gelukkig ook op bord 3 zwart het volle punt te scoren.

Eindstand: 2 – 2 en daarmee weet het zilveren bekerteam door te dringen tot de halve finale. Tegenstander nog onbekend.

Stefan Lehmann


De Uil 1 weet weer wat winnen is, toch?

Tot nu toe liep het nog niet helemaal gesmeerd voor De Uil 1 in de klasse 1B van de NHSB. Na 4 ronden wist het eerste pas 3 matchpunten bij elkaar te spelen. In de 5e ronde mochten we het op 10 februari in Haarlem opnemen tegen HWP2. De speellocatie is schitterend, de kleinere speelzaal waar de wedstrijd plaatsvond zou zelf iets betere verlichting kunnen verdragen.

Wij hadden 1 invaller nodig en dat werd Hennie. Hij speelde op bord 5, dus met de witte stukken en bouwde een goede stelling op. Op het moment dat hij de stelling wilde verbeteren door zijn paard via b5 naar d6 of d4 te brengen ging het fout. De zwarte dame kroop uit de schaduw en kon een schaakje op d5 geven. Daarmee stond het paard 2x aangevallen en maar 1x gedekt. Opgave en stukken in de doos; 1 – 0 in het voordeel van de gastheren.

Als tweede was Jan H. (bord 2) klaar. Na een – in mijn ogen – moeizame opening manoeuvreerde hij zijn paarden naar de damevleugel. Een paard kon elk moment naar e4 springen, echter viel het vanaf daar geen witte stukken aan. Wit had spel op de koningsvleugel. Jan sloeg met zijn dame de pion op b2. Daarmee was de partij afgelopen, want de zetten werden nu herhaald. Een nuttig halfje.

De teamcaptain had Stefan L. op het onderste bord ingedeeld. Daarover klagen had weinig nut, want voor zelfgesprekken was het (nog) te vroeg. Ik kwam uitstekend uit de opening, dreigde een stuk te offeren op g3 of f2 om zo de witte koning van de rokade af te houden. De tegenstander koos eieren voor zijn geld en speelde Th1-f1. Dit kostte echter uiteindelijk eerst 1 pion en toen een tweede. In de bijgevoegde stelling vond ik het uitstekende Df4+, Dd2 en nu Dc4+. Nu stond het paard aangevallen en moes wit kiezen uit 2 kwaden: Dc3 en nog meer pionnenzwaktes of zoals in de partij Dc2. De pointe: na Dxc2 Kxc2 kon ik veilig op h3 snoepen. De loper kon nu met schaak terug naar f5 gebracht worden. Niet veel later gaf mijn tegenstander op, waardoor de tussenstand 1½ – 1½ werd.

En toen duurde het bijna 1,5 uur voordat de volgende beslissing viel. Guus (bord 1) kwam beroerd uit de opening. Hij kreeg een dubbele c-pion aangesmeerd. Niet mooi, maar daarmee viel te leven. Vele malen dreigende was de zwarte aanval op de koningsvleugel. Alle zwarte stukken deden mee: een toren op g6, een dame op c6, een loper op h3 gericht en toen werd ook nog het zwarte paard omgespeeld naar d5 vanwaar het naar f4 wilde springen. Dat kon Guus gelukkig verhinderen, maar mijn gevoel zei dat het niet al te lang goed zou kunnen gaan. Echter Guus wist het te keepen en stukje bij beetje de zwarte dreigingen te neutraliseren.

Het eindresultaat was een zeer gewaardeerd halfje; 2 – 2. Nu speelden alleen Theo (bord 4) en Rudolf (bord 3).

Theo’s stelling had ik al vanaf 9 uur als winnend ingeschat, maar de partij ging maar door en door. Rudolf daarentegen had eerst de betere stelling, maar toen kantelde de partij. In een eindspel met D + T had de tegenstander een vrije d-pion op d4 en een g- en h-pion, terwijl Rudolf de f-, g- en h-pion had. Rudolf moest de pion met zijn toren blokkeren en het leek alsof zwart er met de winst vandoor zou gaan. Gelukkig was er al een soort van tijdnood, want plots zat alles mee. De dames werden geruild en Rudolf kon de d-pion winnen. Nog niks aan de hand voor zwart, het toreneindspel is theoretisch remise. Maar tot ieders verbazing ruilde de tegenstander de torens. Het resulterende pionneneindspel was simpelweg gewonnen voor wit. Daarmee kwam de tussenstand op 3 – 2 in ons voordeel. Theo in het vroege middenspel kreeg een van Theo’s paarden het op de heupen. Vrolijk huppelde het op het bord rond, snoepte een pionnetje op f2 en zorgde daarnaast ook voor constant gevaar. Als met al kreeg Theo zo veel betere of beter gezegd gewonnen stelling. Die wist Theo echter nog spannend te maken door g6-g5 ipv Kf6 te spelen. Nu kon wit de h7-pion met zijn loper aanvallen (en winnen) en werd de witte h6-pion gevaarlijk. Gelukkig was de zwarte stellng zo goed dat dit geen kwaad kon: 1x goed rekenen of het paard van g2 echt de witte a-pion kon stoppen en toen speelde Theo g3-g2. Wit moest de loper geven voor de pion, en omdat het paard op tijd terug zou zijn, wonnen de zwarte vrijpionnen op d4 en c5 de partij. Een mooie maar zwaarbevochten 4 – 2 overwinning voor De Uil 1. Daarmee moet degradatie zo goed als zeker voorkomen zijn en komt een mooie eindklassering weer in zicht.

Voor een verdere sfeerimpressie bekijk de instagram-pagina van De Uil: https://www.instagram.com/schaakclub_de_uil_hillegom/

Stefan Lehmann

Zilveren team De Uil door naar kwartfinale

Op 5 februari reden 4 Uilen (Theo, Stefan L., Dick en Andries) naar Heerhugowaard om daar voor voortbestaan in de zilveren beker te spelen. In de zilveren beker mogen spelers uitkomen die op de ratinglijst van 1 oktober jongstleden een rating van <1950 hadden.
Precies op tijd, namelijk stipt 20 uur werd de auto geparkeerd en liepen we de speelzaal in. Dat bleek een gezellig kroegje te zijn, waar de bijzaal werd geschaakt. Wij waren op papier favoriet al speelden er bij de tegenstander 3 spelers onder de 25 mee. En dan weet je nooit of ze niet ondergewaardeerd zijn. Oppassen geblazen dus.

Onze opstelling: 1. Theo, 2. Stefan, 3. Dick, 4. Andries, waarbij de oneven borden wit hadden.

Als eerste was Dick klaar. De tegenstander vergaloppeerde zijn koning waardoor Dick met zijn torens binnen kon dringen en de zwarte koning naar voren en dus ver weg van zijn eigen troepen wist te drijven. In deze stelling zag ik als toeschouwer mat in 3: Tc5+ Ka4 Td1 en zwart kan Ta1# niet meer voorkomen. Dick speelde echter Kb3(!), dat is nog beter, want dit is mat in 2 via c3-c4#.

Daarna was het de beurt aan Andries. Lange tijd leek hij gedrukt te staan. De tegenstander lanceerde een koningsaanval, maar die kon door Andries worden afgeweerd. Toen opende Andries de damevleugel, de tegenstander schonk er geen aandacht aan en bleef aanvallen op de koningsvleugel. Andries snoepte een pionnetje op b2 en op d4. De witte koning kwam nu zelf in een matnet terecht en kon niet meer ontsnappen.

Met de 2 – 0 voorsprong kon plaatsing voor de kwartfinale bijna niet meer mislukken, behalve als de bovenste borden verloren, dan was uitschakeling een feit.

Ikzelf speelde een moeizame partij. In de opening overzag ik het sterke Pb5-a7, zie eerste stelling hieronder. Als ik de toren red, stort mijn damevleugel in, dus besloot ik de kwaliteit te geven met 0-0. Wit staat beter. In het verloop van de partij kon ik mijn nadeel consolideren en sloeg bij het eerste foutje van de tegenstander toe. In de 2e stelling speelde mijn tegenstander b3(?) en staat zwart beter na c5, De1 Pe3. In het vervolg speelde ik weer iets mindere zetten en liet de tegenstander over de a-lijn mijn stelling in. In plaats van Td8 in de 3e stelling te spelen, speelde ik Dc6. Dit werd sterk gecounterd door e6(!), waarna Dxe6 Ta8+, Kf7 Df8+, Kg6 geforceerd was. Wit zette voort met Tda2 – idee Ta6 – dat ik met Pd5 beantwoordde. Nu staat wit op +4,5 als hij Ta8-a6 speelt. Er kwam echter eerst g4, waardoor ik terug in de partij kom met Pf6. Na Ta8-a6 en een wit De3 werd stelling 4 bereikt. Wit koos voor Txf6 gxf6 en vanaf hier gaat het mede door tijdnood faliekant mis voor wit. Na Dg8+ Tg7 speelde wit gxf5+, een grove blunder want nu opent de g-lijn in mijn voordeel. Na Kh6 heeft wit problemen. Er volgde Dd8 en ik zag een geforceerd (met alleen maar schaakzetten) mat in 4: Dxf4+, Kh1 Dxf3+, Kh2 Dg3, Kh1 Dg1#. Dat het gelijk mat in 1 was met Dg1# in plaats van Df4+ overzag ik, maar mat beëindigt de partij. Dus als ik iets zie dat helemaal geforceerd is, ga ik niet op zoek naar beter.

 

Met de zege was de winst binnen en kon Theo nog de kers op de taart zetten, want Theo stond vanaf het begin aan beter. Hij had meer ruimte, zijn torens verdubbeld op de e-lijn en zijn beide lopers hielden de koningsvleugel onder vuur. Zwart moest keepen en deed dat dan ook. Altijd leek het alsof de stelling in elkaar kon vallen, maar de zwarte stelling hield stand. Gezien de teamuitslag hield Theo het rond 11 uur voor gezien en bood remise aan.

Daarmee kwam de einduitslag op 3½ – ½ en is het zilveren team van De Uil door naar de kwartfinale.

Stefan Lehmann


De Uil 1 stelt opnieuw teleur

De thuiswedstrijd tegen Hoofddorp 1 zou moeten uitwijzen of ons eerste dit jaar mee ging spelen om promotie in klasse 1B van de NHSB. Na al 3 verliespunten uit de eerste 3 wedstrijden, moest er gewonnen worden om zicht te houden op het kampioenschap. En dat ging niet makkelijk worden, aangezien Hoofddorp beschikt over 2 hele goede spelers op de topborden. Maar zou Hoofddorp in de sterkste opstelling komen opdagen? Het antwoord daarop was ja. Het Hoofddorpse team bestond uit de ons goed bekende Willem Hensbergen en 5 jongvolwassenen.

De teamleider had de spelers weer lekker door elkaar gehusseld en de spelers het volgende meegegeven: “Teamtactiek is dus bovenste 2 borden goed schaken en iets proberen te halen, onderste 4 borden graag geen snelle remise. Je hoeft ook niks geks te doen of te forceren, gewoon lekker schaken. Alleen met in het achterhoofd dat waarschijnlijk van deze borden de punten vandaan komen. En wetende dat je iets sterker bent dan de tegenstander.”
Simpel en hopelijk effectief.

Theo was 1 van de gelukkige spelers die goed mocht proberen te schaken, want hij zat aan het 2e bord. Het goed schaken lukte helaas niet: al na 11 zetten gingen de stukken terug in de doos. Theo sloeg met zijn paard een pion op c5 met als gevolg Da5+ en paardje weg. Theo gaf op. Straftraining en een cursus luisteren naar de teamleider voor Theo, een punt voor de tegenstander.

Rudolf (bord 4) trok de stand weer gelijk. Hij koos een lange theorievariant tegen de Caro-Kann van zijn tegenstander. Daarin kreeg zwart een geïsoleerde d-pion en een open koning. De zwarte koning stond echter op de c-lijn in plaats van op de gebruikelijke e- of f-lijn. Daar maakte Rudolf handig gebruik van. Met de overgebleven loper en beide torens ging hij op jacht. Uiteindelijk won hij de d-pion, waarna de tegenstander op gaf. Goede partij.

Guus (bord 5) kwam goed uit de opening en opende de aanval op de witte koning. Deze stond net als de niet ontwikkelde witte stukken op de damesvleugel nog in het midden terwijl zwart met pionnen en stukken ten aanval trok. Mooie krachtige aanval en een verdiend punt. Voorsprong voor de Uil 1: 2 – 1.

Jan H. speelde door het gehussel in de opstelling op het onderste bord. Hij bouwde een goede tot winnende stelling op. De tegenstander probeerde met de dame en een loper wat op de koningsvleugel. Maar dat leek te pareren. Jan sloeg met zijn dame op b7. Niet alleen pionwinst maar het was tegelijkertijd een dubbele aanval op Ta8 en Lc7. Helaas had de tegenstander de stelling goed ingeschat en kon hij middels stukverlies genoeg tijd winnen om met zijn dame de witte koning last te vallen. Gevolg: eeuwig schaak en dus remise. Voelde als een verloren halfje, gezien de eerdere stelling.

Peter P. (bord 3) speelde een vroeg f5. Zijn tegenstander speelde de opening goed en wist de juiste stukken af te ruilen. Er ontstond een stelling waarin wit iets beter stond, vooral omdat de witte velden van Peter zwak werden/bleven. Het is nog niet Peter zijn seizoen, want hij blunderde en moest opgeven. De 2e domper in korte tijd en daarmee kwam de tussenstand op 2½ – 2½.

Mijn partij besliste dus de wedstrijd. En ik had naar mezelf geluisterd en speelde goed schaak. Tot nu had ik mijn hoger ingeschatte tegenstand goed tegenspel geboden en de staat het ongeveer gelijk. In de stelling links heeft wit net Thg4 gespeeld. Ik speelde Kd6 om met de koning kansen op de damesvleugel te zoeken. Beter was Txh5 geweest en dan met de toren naar de onderste rij. Nu kwamen we in de stelling rechts terecht, waarbij ik wel de vrije a-pion krijg, maar mijn tegenstander 3 vrijpionnen op de koningsvleugel. Dat was uiteindelijk genoeg, want wit gaf zijn toren voor mijn a-pion en de pionnen wonnen het van mijn toren. Jammer maar helaas. 

En daarmee verloren we de wedstrijd met de kleinst mogelijke marge. Zoals zo vaak had er meer ingezeten. Met 3 MP uit 4 partijen neemt de eerste team even afstand van de bovenste plaatsen en zal het naar beneden moeten kijken en zorgen dat we daar afstand genereren. 

Stefan Lehmann


Knokkend tot het eind

De gouden beker, de heilige graal van de NHSB. Ook dit seizoen wordt er weer om gestreden. In de eerste ronde werden we ingedeeld tegen HWP Haarlem. Op papier een sterkere tegenstander. Maar in het Duits zeggen we „Der Pokal hat seine eigenen Gesetze“, oftewel in een bekerwedstrijd is alles mogelijk.
Ons bekerteam bestond uit Stefan L., Peter P., Jan V. en Rudolf. Niet geheel toevallig opgenoemd in de volgorde van de borden.

Ik kwam uitstekend uit de opening tegen Max Merbis. Met de zwarte stukken wist ik het initiatief te pakken en een sterke aanval op te zetten. De cruciale stelling is te zien in het fragment. De zwarte dame staat aangevallen (moet je blijkbaar soms op letten). Ik speelde uiteindelijk e6-e5, vooral met de reden dat mijn loper dan sneller bij de aanval betrokken kon worden. De stellingswaardering is -3. Er volgde Txd5 en ik speelde Tdf8 (?!) met het idee dat ik stukken op het bord wilde houden. Maar hier houdt juist Lf5 het voordeel langdurig vast.
Na mijn gespeelde zet volgde Txd7 (!) Kxd7, Dd1+ Kc8. En het eindspel na Dxf3 Dxf3, Lxf3 Txf3, Ke2 is wellicht al iets beter voor wit aangezien wit waarschijnlijk nog een pion (e5 of g7) wint en wit heeft dan 2 pionnen en een loper voor de toren. Niet veel later werd het remise. In de analyse leek ik langer kansen op meer te behouden als ik in de cruciale stelling Df7 speel. De loper heeft langer nodig om in het spel te komen, maar het centrum blijft gesloten. Of dus Lf5 ipv mijn gespeelde Tdf8. Goede partij, maar helaas ook gemiste kans(en) op meer.

Jan V. speelde een solide partij. Wit kon zijn openingsvoordeel omzetten in druk op de damesvleugel, maar Jan verdedigde zich goed. Uiteindelijk kwam er een eindspel met dame en toren en wat pionnen op het bord. Beide spelers konden geen vorderingen maken en er werd terecht berust in remise. So far so good; beide zwartspelers remise. Dus nu was het aan de witspelers.

Rudolf leek op het eerste gezicht moeilijker uit de opening te komen. Zijn tegenstander stoomde met de h-pion naar voren (h5, h4). Maar Rudolf wist dit uitstekend te counteren en leek het initiatief over te nemen. En dan kan zo een ver opgerukte pion ook tot zwakte worden. De partij kantelde opnieuw nadat Rudolf de damesruil toe liet. Plots kreeg de tegenstander 2 ver opgerukte pionnen op de c- en d-lijn. Toen de zwarte koning deze ook nog kon ondersteunen, leek het pleit beslecht. Al probeerde Rudolf nog van alles. Uiteindelijk mocht het niks baten en moest Rudolf de hatelijke nul incasseren.

Gelukkig wordt er bij een gelijke stand van 4 wedstrijden het resultaat van onderste bord weggestreept. Dus als Peter zou winnen, wonnen wij wedstrijd. Bij Peter was de vluggerfase inmiddels aangebroken. Met op het bord een onduidelijke maar ongeveer gelijke stelling. Peter probeerde de damesvleugel open te breken. Dit leverde zwart een vrije a-pion op. Maar die pion kan later ook makkelijk tot zwakte worden. Twintig zetten later stond deze helaas nog steeds op het bord en leek gevaarlijker dan ooit. Uiteindelijk verloor Peter 1 a 2 pionnen op de koningsvleugel en in al verloren stelling en vol stuk.

Jammer maar helaas. We hebben geknokt tot het eind. Een goede wedstrijd van het gouden beker team eindigde rond middernacht in een 3 – 1 nederlaag en dus uitschakeling. Dan maar volgend seizoen de beker winnen…

Stefan Lehmann


De Uil 1 pakt punten in Nieuw-Vennep

De dag voor Sint Maarten - maandag 10 november – reden de spelers van de Uil 1 vol goede moed naar Nieuw-Vennep. De clubkampioen (Guus) had afgezegd, maar met de koploper van de interne (Jan V.) hadden we een goede vervanger. Een goed resultaat stond dus niks in de weg, zeker omdat we op alle borden behalve het eerste bord een ratingsoverwicht hadden. En toen begon de wedstrijd.

Jan H. (bord 4) moest zich verdedigen op de koningsvleugel en voor die ongemakken mocht hij een pionnetje snoepen op b2. Ongelijke lopers zijn vaak in het voordeel van de aanvallende partij, zo ook in deze partij waar wit aanviel over de zwarte velden. De witte aanval leek dreigend, maar verdedigbaar. Maar plots was Jan klaar. Ik dacht eerst puntendeling door bijvoorbeeld eeuwigschaak, maar Jan had opgegeven. 1 – 0 achter. Het voorteken dat het een moeilijke avond zou worden.

Gelukkig werd de tussenstand snel weer in evenwicht gebracht doordat ikzelf – spelend op bord 6 – won. Mijn tegenstander liet de ontwikkeling van zijn koningsvleugel achterwege en ging in plaats daarvan met zijn pionnen op damevleugel oprukken. Dit leverde weinig op en kostte wit na 17 zetten zelfs een pion. Wit had door de activiteit van de stukken compensatie, maar 1 onnauwkeurig zetje en ik kon mijn stukken volop ontwikkelen. Een goed getimed pionnenoffer zorgde ervoor dat ik 2 stukken tegen een toren kreeg. Dus 1 voordeel ingeruild voor een ander voordeel. Niet veel later en de tegenstander gaf op omdat hij mat gezet dreigde te worden. De Vennep 1 – De Uil 1: 1 – 1.

Peter P. (bord 3) ontwikkelde zijn dame (te) vroeg. Zijn tegenstander speelde de opening goed en wist stukken af te ruilen. Peter offerde een pion en toen een 2e. Compensatie: zwart moest nog de loper op f8 ontwikkelen om überhaupt te kunnen rokeren. Leek niet genoeg, maar met Peter weet je het nooit. Toen de tegenstander e5 speelde, offerde Peter ook nog zijn loper omdat hij een winnende variant had gespot. Helaas waren er ook nog 2 varianten die niet wonnen of beter gezegd niet wonnen voor wit. Peter probeerde van alles, hij offerde een toren om de koning naar voren (naar f6) te lokken, hopend op eeuwigschaak. De witte dame gaf wat schaakjes, 1 van die schaakjes werd geblokt door de witte dame. De zwarte koning stond op f5, de zwarte dame op f4 en de witte op f3. Peter speelde g4! Om dan na Kg5 met h4 de dame te winnen. Even leek het alsof wit terug in de partij zou komen. Maar zwart kon na het dameverlies ook de 2e witte toren slaan. Dus nog steeds groot materieel voordeel van 2 torens, loper en 1 a 2 pionnen tegen de eenzame witte dame. Peter moest zich uiteindelijk gewonnen geven. De Vennep kwam op een 2 – 1 voorsprong.

Theo speelde op het 5e bord een goede opening. Hij had druk op de semi-open f-lijn en bovenal leek zijn tegenstander geen tegenspel te hebben. In het middenspel won Theo een pion, maar daardoor werden de zwarte dame en paard actief. Uiteindelijk kostte dit Theo een kwaliteit. Gelukkig had hij genoeg vrijpionnen op de damesvleugel, waardoor de tegenstander genoegen nam met remise.

Net als in de 2e ronde stonden we met nog 2 borden stonden een vol punt achter. Jan V. mocht het opnemen tegen de sterkste speler van De Vennep. Alle stukken bleven lang op het bord. Manoeuvreren, manoeuvreren, en nog maar eens manoeuvreren. Helaas kwamen de zwarte stukken iets beter te staan en dan met name de paarden op d4 dan e5. Jan moest iets verzinnen anders zou de pion op d3 ooit verloren gaan. Hij speelde f5 in de hoop een aanval op koningsvleugel op te zetten. Het sloeg niet door en zwart kwam gewonnen te staan met 2 verbonden vrijpionnen op de damesvleugel. Maar Jan is taai en verdedigde zich goed. En dan is er nog zoiets als tijdnood, waar beide spelers last van kregen. Jan won een van de pionnen en kon toen zijn a-pion ruilen voor de andere gevaarlijke pion. Er ontstond een toreneindspel met een pluspion in ons nadeel. Theoretisch remise en gelukkig nam de tegenstander het remiseaanbod aan. Tussenstand: 3 – 2 achter.

Rudolf mocht/moest dus winnen. Gelukkig stond hij al geruime tijd een stuk voor. Toen hij ook nog eens de gevaarlijkste pion kon slaan, leek er geen vuiltje aan de lucht. Maar toen kwam Tfxf2. Leek goed, alleen had de tegenstander het paard op b5 slaan (Txb5). Nu stond de toren op f2 aangevallen door de witte koning en de toren op b2 door de toren op b5. Dus weg stuk en Rudolf mocht opnieuw beginnen. Gelukkig had hij nog een vrije e-pion. Die gaf uiteindelijk de doorslag. Deze kwam op e2 en zou veel materiaal kosten. De tegenstander gaf op en we kwamen goed weg. Eindstand: 3-3, De Uil 1 pakt één punten in Nieuw-Vennep.

Gelukkig hebben alle teams in de klasse 1B al minimum 2 matchpunten verloren. Het wordt een spannend seizoen, waarin ondanks dit puntverlies alles mogelijk blijft. 

Stefan Lehmann


De Uil 4 heeft (ook) de eerste punten binnen

Nadat het 4e team in hun competitie eerst een team van Hoofddorp in Hoofddorp tegenkwam, vanwaar zij met minimaal (maximaal?) verlies moesten terugkeren kwam 3 november het 2e team van Westeinder naar Hillegom. Beide teams waren op papier (gemiddelde rating van 1645 vs 1631) en op de borden aan elkaar gewaagd. Piet won als eerste. Jan P. en Aad wisten ook het volle punt te scoren. Pim wist een waardevol halfje voor het team te behalen, waardoor de score voldoende werd en André en Gerard zich hun nederlaag gelukkig konden permitteren. De eerste matchpunten voor de Uil 4 zijn binnen. 

Stefan Lehmann/Aad Vledder


De Uil 1 heeft de eerste punten binnen

Dit seizoen speelt ons eerste in Klasse 1B van de NHSB. De start van het seizoen was een kleine domper want de eerste wedstrijd uit tegen Wijker Toren 2 werd met de kleinst mogelijke cijfers verloren.

Maandag 13 oktober stond de eerste thuiswedstrijd op het programma met als tegenstander het eerste team van Vredenburg. Op papier waren we favoriet, op de borden zag het er lange tijd moeilijk uit.

Peter P. speelde op bord 1 met zwart. Zijn tegenstander leek druk op de e-lijn te hebben en Peter moest heel wat zetten oppassen dat het witte offer Lxe6 geen doorslaan succes zou worden.

Jan H. – spelend op bord 2 – kwam moeilijk uit de opening. De tegenstander had een paard op d3 kunnen planten, dit leek mij vervelend voor Jan. Maar dat gebeurde niet en Jan kon de f-lijn openen en zijn torens verdubbelen. Dit optische voordeel leverde echter niks op en even leek het alsof zwart er met de buit vandoor zou gaan. Na wat ruilen bleef er een eindspel met de zware stukken over. Er zouden over en weer pionnen worden geruild en dus werd er besloten om de punten te delen.

Theo speelde op het 4e bord op het eerste gezicht een goede opening. Maar hij overzag dat de tegenstander op c3 kon slaan, of beter dat hij dan door een penning niet terug mocht slaan. Weg stelling, want de tegenstander wist tevens de witte koning op te openen de h-lijn lastig te vallen. Met wat kunst- en vliegwerk wist Theo de stelling half te redden. Weliswaar ten koste van een pion, maar dat viel bijna niet op doordat de witte koning voor pionnetje speelde op g3. Maar helaas, de tegenstander kon lang rokeren en de witte koning bleef een aanvalsdoel. En het pionnetje zag Theo – behalve naast het bord – nooit terug. Eindresultaat: een nederlaag en dus een tegenvaller voor het team.

Ikzelf speelde een goede partij op het onderste bord. Geen dame weggegeven, dus de eerste meevaller was binnen. Tel daarbovenop een stelling waarbij alle stukken op de zwarte koning gericht waren en het leek een kwestie van tijd voordat het punt geteld kon worden. Maar de tegenstandster verdedigde goed en wist altijd net het offer op a5 te ontkrachten. Waarschijnlijk had ik met mijn dame naar c6 kunnen gekund om nog meer druk op te bouwen maar ik dacht nonchalant dat ik alle tijd van de wereld had. Schijn, want na een zwart Dc7 was de kans vervlogen en de computer geeft me nooit groot voordeel. In het vervolg kon juist zwart de stukken activeren en kwam beter te staan. Gelukkig was de tegenstandster content met remise. Kwam ik goed weg.

Met nog 2 borden stonden we 1 punt achter. Aangezien Rudolf (bord 5) mijns inziens slechter stond en Guus (bord 3) lange tijd gedrukt stond had ik geen grote hoop meer op een goed einde. Maar Rudolf wint wel eens vaker onverwachts. Dit keer wist hij zijn tegenstander tot een dubieus offer te verleiden. Plots had Rudolf 2 lichte stukken en een toren tegen 2 torens. Behendig wist hij de stukken te activeren en een matnet om de witte koning op te bouwen. Erg mooi gedaan en een welkom punt.

Guus stond op dat moment al iets beter. De tegenstander had veel ruimte gepakt door de pionnen op de koningsvleugel naar voren te bewegen. Maar dat gaat altijd ten kostte van de velden achter de pionnen. Guus kon plots op de zwarte velden binnendringen en won de witte h-pion. Maar was dit genoeg? Guus dacht van wel, maar gelukkig hoefde hij het niet lang uit te spelen. De tegenstander zag een schaak op h2 over het hoofd en aangezien de witte dame op b2 ongedekt verloren ging, was de partij afgelopen. Mooi geduldig gespeeld.

En daarmee eindigde de wedstrijd toch nog in ons voordeel. Vredenburg werd de kleinst mogelijke nederlaag huiswaarts gestuurd. De Uil 1 – Vredenburg 1: 3½ – 2½

Stefan Lehmann